Net op het moment dat Marcel Stacke de schaakzaal wil binnenstappen, hoort hij zijn naam roepen. Aan de toog van het café staat een oude bekende die hem lachend toewuift. Georges Dumarest! Indertijd naar de Provence verhuisd. Een ogenblik staat Coiffeur Marcel in diep beraad: langs de ene kant is hij uiterst benieuwd naar die heel belangrijke partij die zich voor het ogenblik in de schaakzaal afspeelt; langs de andere kant heeft hij zijn jeugdvriend in jaren niet meer ontmoet …

Marcel begeeft zich naar de toog en weldra halen beide oude heren lustig jeugdherinneringen op.

«Waar is de tijd hé?» verzucht Georges, «toen wij met ons drietjes Oostende en omstreken onveilig maakten. Men noemde ons de drie musketiers.»

«Tja! We waren onafscheidelijk. In die tijd had ik nooit kunnen bevroeden hoe ons trio eens uit elkaar zou vallen. Eerst Gerard die afstierf. En toen jij die naar de Provence afreisde.»

«Die goeie Gerard Hacke! Toch ook veel te jong gestorven.»

«Zijn zoon, Danny, speelt voor het ogenblik — in die zaal daar — een heel belangrijke schaakpartij. Als ie vanavond minstens remise kan halen dan is ie zeker van de kampioenstitel.»

In de schaakzaal speelt Danny Hacke tegen zijn boezemvriend Benjamin Verhoeven. Maar ze zijn doodsvijanden voor het ogenblik. Ambitie. Beiden willen met alle macht de titel in de wacht slepen. Danny staat echter heel slecht. In een uiterst gedrongen stelling kan ie geen vin verroeren. Hij staat om zo te zeggen pat …

«De zoon van Gerard …» zegt Georges, «vraag me af of ik hem nog herkennen zou. Hij was nog een klein ventje toen ik Oostende verliet.»

«Een heel sympathieke jongeman. Net zoals zijn vader. Zeggen dat ik hem de wind van voren gegeven heb toen hij bij mij kwam solliciteren. Heb ik achteraf altijd beklaagd. Mijn vrouw was heel kwaad toen ze van die afwijzing hoorde …»

«Au fait! Comment ça va avec Angčle? En met jouw dochter? Iris … geloof ik?»

«Met mijn vrouw gaat het heel goed. En Iris is getrouwd met een ingenieur. Geen vernufteling. Weet niet eens het verschil tussen een Loper en een Paard. Maar als je mij nu even excuseren wilt … ik zou graag een oogje gaan werpen op die fameuze partij van Danny.»

Op dat ogenblik zwaait de deur van de schaakzaal open. Fons komt met stralend gezicht naar Marcel toegelopen.

«Mijnheer de voorzitter … Danny is kampioen!»

«Is de partij al afgelopen?» vraagt coiffeur Marcel tegelijk blij en teleurgesteld.

«Een pracht van een finale! Danny stond om zo te zeggen verloren. Maar hij vindt toch wel de truc met de dolle Toren zeker? De Koning van Benjamin stond helemaal aan de rand op h4. Danny speelt Toren g2g4. Schaak! Slaat de Koning de Toren dan is het pat! Slaat hij niet dan kan Benjamin eeuwig schaak niet ontlopen. Remise! En Danny is kampioen!»

«Als jij al zo blij bent,» glimlacht Marcel, «wat zal Danny dan niet dolblij zijn met zijn dolle Toren.»

De deur van de schaakzaal zwaait open en een stralend lachende Danny vergezeld van een somber lachende Benjamin komt naar de toog toegelopen.


Terug naar dagdroom